De leiderschapsstijl op het ontwikkelingsniveau afstemmen

De leiderschapsstijl op het ontwikkelingsniveau afstemmen

Om vast te kunnen stellen welke leiderschapsstijl bij elk van de vier ontwikkelingsniveaus behoort, trek je een verticale lijn omhoog van een vastgesteld ontwikkelingsniveau naar de leiderschapsstijlcurve die door het vier kwadrantenmodel loopt. De juiste leiderschapsstijl – de afstemming – is het kwadrant waar de verticale lijn de curve doorsnijdt. Je ziet dit in het figuur. Als een medewerker van het ene naar het andere ontwikkelingsniveau gaat, van 01 naar 02, 03 en 04, moet de leiderschapsstijl overeenkomstig volgen in die verandering. Uit onderzoek komt echter naar voren dat de meeste leiders één voorkeur leiderschapsstijl hebben.

Om effectief te zijn, moet je als leidinggevende in staat zijn alle vier de stijlen te gebruiken. Train jezelf om hierin flexibel te zijn. Realiseer je dat, als je mensen te veel of te weinig sturing en ondersteuning krijgen, dat een negatief effect op hun ontwikkeling heeft. Denk hierbij aan:

  • Te veel supervisie = S1 of S2 met een 03 of 04.
  • Te weinig supervisie = S3 of S4 met een 01 of 02.

 

Het ontwikkelniveau bepaalt je stijl, maar in alle vier de stijlen geldt:

  • Je stelt als leidinggevende de te verwachten uitkomsten vast en zorgt ervoor dat de doelstellingen helder zijn.
  • Je houdt als leidinggevende de prestaties nauwgezet in de gaten.
  • Je geeft als leidinggevende feedback.

 

Prestatieverbetering vraagt om een stap voorwaarts te zetten en dus het toepassen van de volgende leiderschapsstijl in het model. Bij een terugval in prestatie, zet je een stap terug en pas je de voorgaande leiderschapsstijl toe.

 

Terugval bij een medewerker

Dit is de terugvalcyclus. Met andere woorden, als iemand op een lager niveau presteert dan voorheen, moet je als leider je leiderschapsstijl aanpassen aan het ontwikkelingsniveau waar de medewerker zich op dat moment voor die taak bevindt. In zowel de ontwikkelings- als de terugvalcyclus is er in principe altijd in eerste instantie sprake van een stap voorwaarts of terugschakelen in leiderschapsstijl.

Valkuilen

Dit hoofdstuk over situationeel leiding geven helpt je om je medewerkers te plaatsen in het niveau van hun ontwikkeling en daar je leiderschapsstijl op aan te passen. Wees je bewust van de valkuilen waar je als leidinggevende in de praktijk tegenaan kunt lopen. Dit zijn:

  • Aannemen dat de taakvolwassenheid van een team of medewerker hoog is (S4), omdat het team of diegene heel gemotiveerd is. Terwijl ze bij deze specifieke taak (situatie) juist nog veel sturing nodig hebben.
  • Het sturen van een heel team op basis van enkele individuen die in
    het begin de aandacht trekken. Het is je uitdaging om als leidinggevende zowel ieder individu als de groep aan te spreken om de teamdoelen
    te realiseren.
  • Je schat een medewerker in op een uitspraak of je indruk tijdens een bepaalde taak. Waak voor je eigen overtuigingen en vooroordelen en toets deze zorgvuldig.

 

 

Download hier het hulpformulier valkuilen waar jij als leidinggevende en ook waar je medewerkers tegenaan kunnen lopen bij het model Situationeel leiderschap > www.s4u.me/16

 

Opdracht 7.

Dit hoofdstuk over situationeel leiderschap bevat de theorie, tips en werkwijze om ermee aan de slag te gaan. Het is onmogelijk om dit te leren via enkele opdrachten. Dit kan alleen door het toe te passen in de praktijk of een training te volgen. Mijn advies is, start er gewoon mee en ontwikkel je eigen stijl van leiding geven afgestemd op het ontwikkelniveau van je medewerkers.